Een knuffel van God

Het was laatst in mijn geboortedorp een eucharistieviering als nagedachtenis aan mijn moeder zaliger. De priester die voorging, is al jaren dezelfde bezielde man die uitzonderlijk goed preken kan. Hij zette ook nu zijn beste beentje voor om het nieuwe kerkelijke jaar op gang te trekken. Zijn verwelkomingszin voor de eerste adventszondag was onmiddellijk raak: ‘Laat God u, hier en nu, maar eens goed vastpakken en ook de komende weken.’ Tijdens de preek reflecteerde hij wanneer en hoe wij dit zouden kunnen ervaren. Zijn hartelijke uitspraak laat me nog steeds niet los. Het is de rode draad naar Kerstmis toe, het rode lint dat ons allen verbindt! Maar…  ‘Wil ik me wel door God laten vastpakken?’ Altijd of alleen als het mij past? Geloof ik dat Zijn liefde voor mij onvoorwaardelijk is? Wanneer ik dit schrijf, branden er drie kaarsen op onze adventskrans. Ik voel me weer een stapje lichter en dichter bij Kerstmis. Misschien omdat Hij mij, zonder dat ik het wist, eens goed heeft vastgepakt.

Advent

Weer Advent

Donkere tijd, uitzien naar Licht

Ziende worden.

Weer Advent

Uit het donker licht ontdekken

Voor anderen Licht zijn.

Weer Advent

Mens van vreugde worden

Het wonder weer laten geschieden.

Weer Advent
Midden in de nacht gezangen horen

“Een Kind is ons geboren”

Jubelen van vreugde om Gods Zoon.

Een zalige Adventtijd

Op weg naar Kerstmis

Naar een kind

God midden onder ons.

TV

Kerstgemis

Vlak voor alle feesten

is het geheel gemis uitvergroot

waardoor het groteske vormen aanneemt;

schijnbaar van zichzelf vervreemd

steeds terugkerende stille bondgenoot.

Niet wie er wel is als tafelgenoot

is wat de adem beneemt

maar wie niet is, dat voelt ontheemd.

Herhaaldelijk, denkbeeldig

dagen achterwaarts overlopen :

wie zijn vergeten? Oude bekenden begroet,

nieuwe ontweken, glimlachend

aangeschoven zoals dat moet.

Dat moedeloos ge-moed, gewroet

ontneemt niet

-God verhoedt –

het totale, onstuitbare hopen.

(M.V.)

Avond

De vergadering is loodzwaar en loopt uit. Het is al erg laat wanneer ik naar huis rijd met een bezwaard gemoed. In het donker en gedachten verzonken neem ik de straatjes langs mijn ouderlijk huis. Ik groeide op in een afgelegen wijk met nette huizen. Een voorhofje, een oprit, hier en daar een rond punt met een paar bomen en verder enkel plaatselijk verkeer. En plots, op zo’n rotonde, in het felle licht van mijn koplampen, zie ik voor mij een heksenkring. Talloze vliegenzwammen doemen op, de ene helemaal open, de andere op weg naar boven, een enkeling nog heel pril. Het spel van rood en wit wordt door het zwart van de nacht en het wit van mijn lampen extra in de verf gezet. Ik stop en stap uit. Het kind en zijn fantasie in mij is klaarwakker. Het kabouterdorp van mijn straat! Ik voel de spiedende oogjes van de bewoners van die rood-en-wit-gestipte huisjes. Ze volgen mij. Uitgelaten wuif ik naar hen! Ze zwaaien terug, denk ik. Zouden ze mij nog kennen? Ik hen wel. En blij dat ze nog steeds in de straat van mijn jeugd wonen, rijd ik verder.

Recht toe, recht aan

In deze woelige tijd van oorlogen en geweld hebben wij nood aan iemand die vrede en gerechtigheid voor eenieder aankondigt. “Heel de mensheid zal Gods redding zien!” horen we dit weekend in het evangelie. Johannes predikt een doopsel van bekering. Niet een doopsel voor de leuke foto’s of voor het intieme familiefeestje. Neen, er wordt een echte keuze gemaakt voor een geheel nieuwe levenswijze. “Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht “, horen we hem zeggen. Optreden in onze eigen buurt, thuis, op het werk, op school en overal waar je in het dagelijks leven mensen tegenkomt. Gods wegen zijn recht: hulp aan wie in nood is, gaat zonder kapsones, zonder veel gepraat, het moet gewoon. Belangstelling voor de ander komt recht uit het hart. Als je iets tegen een ander hebt wordt het in een open gesprek uitgepraat… Dan alleen zullen we “Gods redding” kunnen zien. Ook in deze onrustige tijd zegt Gods ons vrede toe.

Verblindende nacht

Als de nacht verblindt, je nood hebt aan afdwalende momenten bij volle maan, dan laat het toe.

Als duisternis dwaalt over ongeplaveide wegen, donkere gedachten eventjes je gemoed passeren, dan hou het niet tegen, aanvaard en laat los, het lucht op.

Soms vergeten we het heden te omarmen.

Bij winter hunkeren we naar de zomer,

als het bakken regent naar de zon.

Ik zie wegen in verbeelding hopeloos op zoek naar de bron.

Bij het begin van alle leven ligt aanvaarding.

De verblindende nacht neem ik zachtjes mee samen met de bonte sterrenhemel.

Rosanna

Grenzen

Mijn grenzen waardeer ik, nu!

Grenzen waren naar mijn inzicht beperkingen maar nu kijk ik er anders naar…

Vandaag houd ik van mijn grenzen!

Die zijn mijn bescherming tegen het “te veel”.

Grenzen helpen mij op mijn plaats te blijven en geven een “thuisgevoel”. Daarom leer ik ook graag er vriendelijk mee om te gaan. 

Ze zijn eveneens een bescherming tegen het moeten en het overdrijven. Het oneindige is niet het mijne. Op de aarde blijven is met de materie bezig zijn. Die kan niet anders dan in haar “contouren” blijven. Het dromen daarentegen vliegt buiten de werkelijkheid, buiten de menselijke macht. Voeten op de grond is onze eerste grens, waarin wordt gesproken van wat zichtbaar en tastbaar is, bewezen liefde, de rest is buiten bereik en doet pijn. Maar tot aan de grenzen gaan kan, de moeite waard! Ook ze verleggen mag, in wijsheid, kan en mag goed zijn.

Hoe belangrijk is het dan van ze goed te kennen, een noodzaak !

Seizoenen

Seizoenen komen, seizoenen gaan!
Lente, zomer, herfst, winter: Sterke tijden in een mensenleven.

Lente: Tijd van opnieuw tot bloei komen.

Nieuw leven over ons laten komen.

Een nieuw begin!

Zomer: Overlopen van energie. Genieten van zon, zee, strand, bergen en nieuwe horizonten ontdekken!

Herfst: Stil te worden en naar binnen zien om dankbaar te kunnen nagenieten over wat ons vreugde schonk!

Winter: Hoopvol en vol verwachting uitzien naar een nieuwe tijd!

Seizoenen bepalen ons levensritme, zelfs wat we eten en drinken. Seizoenen leren ons telkens opnieuw het een los te laten en het andere te aanvaarden.
Alles heeft daarin zijn tijd, zijn doen en laten, alles op tijd, nooit te vroeg, nooit te laat. Zalig toch om zachtjes mee te deinen op de golven van de seizoenen!

TV