Thuiszijn

Als ik mijn dag met JÓU begin,

mijn God,

dan voel ik

hoe Jij mijn hart beschermend

met Jouw mantel bedekt.

Dan weet ik mij omhelsd,

gedragen als Jouw kind.

Het is een wonder

dat Jij, grote God,

mïj ondanks alles

steeds weer liefhebt en bemint.

Vergeef mij dat ik Jou verweet

en dacht dat Je mij vergeten had.

Dank voor Jouw éérste stap naar mij.

Verlegen ben ik

maar reuzeblij

dat ik voor eeuwig bij Jou Thuis zijn mag.

Mieke

Adventskrans (deel 2 van 2)

vervolg van gisteren…

Terwijl ik wat takjes knip in een verwaarloosde berm durft dan toch iemand mij aan te spreken: “U zoekt Zwarte Els?” Ik zeg: “Nee, ik zoek een beetje versiering voor mijn adventskrans.” Het gezicht klaart op. Er verschijnt zelfs een glimlach. Hij weet niet goed wat verder te zeggen. Maar als ik hem wat later opnieuw tegenkom zegt hij dag alsof we elkaar kennen. Thuisgekomen heb ik alles wat ik verzameld heb gebruikt. Net genoeg, prachtig. Voldaan als een kind dat net herfstbladeren en vruchtjes geraapt heeft. Ik zou mijn krans graag tonen aan de mensen die ik ontmoette. En ook het kinderlijke vonkje in hun ogen zien oplichten.